zondag 28 augustus 2011

Ubud


Ubud ligt anderhalf uur met de bus het binnenland in. Ons vertrek verloopt vlot: met de taxi naar het kantoortje waar de bus vertrekt (tickets hebben we gisteren al besteld). Daar wachten op de bus. Terwijl we wachten wordt op de straat een stoet gevormd bestaande uit mannen die parasols dragen, vrouwen met 'offergaven ' op het hoofd en een muziekkorps dat bestaat uit mannen met allerlei soorten gongen, fluiten, .... Zij komen uit een tempel recht over het buskantoortje en gaan in stoet naar de volgende tempel. De zin hiervan ontgaat ons, maar het is wel een kleurrijk en harmonieus gebeuren.
De busreis verloopt voorspoedig ondanks het drukke verkeer onderweg en rond half twaalf komen we aan in Ubud. We worden onmiddellijk aangesproken door allerlei mensen die ons in hun hotel willen binnenloodsen, maar we besluiten met de rugzak op de rug de wandeling naar het centrum te doen.
Daar worden we herkend door iemand van het guesthouse waar we twee jaar geleden gelogeerd hebben. Voor tien euro krijgen we (na keihard afdingen) een nette kamer met badkamer (warm en koud water) en ontbijt. De kamers zijn gelegen in een tropische tuin met weelderige plantengroei en liggen vlak naast het zwembad.
Ubud is zowat de culturele hoofdstad van Bali. Alles hier is mooi en verzorgd, van de offergaven voor de goden tot de presentatie van de maaltijden. Alles wordt aangegrepen om er iets mooi en kleurrijk van te maken.
Hier bezoeken we in de eerste plaats 'Monkey forest'. Een stukje oerwoud midden in Ubud, waar drie heilige tempels staan. De natuur is mooi, de tempels zijn interessant, maar de grootste attractie zijn de talloze apen die hier rondstruinen. Het gaat over een ondersoort van de makaken, namelijk de Balinese makaak. Een grijze aap met baard en snor, die net als alle andere apen eigenlijk een heel vervelend beest is. Zo gauw ze merken dat je je handen in je zakken steekt, denken ze dat je voedsel bij je hebt en komen ze op je af. Sommige toeristen laten die beesten echt dichtbij komen en we zien een aap er van door gaan met het fototoestel van een toeriste. Dank zij een bewaker die het apparaat 'wisselde' voor een stukje banaan, kreeg zij haar toestel terug.
We maken ook een lange wandeling door de rijstvelden. Mannen en vrouwen zijn aan het werk: rijstplantjes uitplanten in de modder (kniediep), de grachtjes rond de velden proper houden of de oogst binnen halen. De vrouwen dragen hierbij de typische kegelvormige hoed. In Indonesië wordt het hele jaar door geoogst en zo gauw de rijst rijp is, wordt hij binnengehaald en worden de velden terug onder water gezet voor een nieuwe aanplant.
Wat ook de moeite waard is, is een bezoekje aan de markt, waar Ingrid een mooie wajangpop koopt voor ongeveer een derde van de oorspronkelijke vraagprijs. Ingrid is dan ook een meester-afdinger.
Tenslotte maken we nog een grote wandeling die ons via de rijstvelden naar een paar dorpen brengt waar de meeste mensen leven van schilderen of houtsnijwerk. Heel mooie dingen gezien, die verkocht worden voor belachelijke prijzen.
Het eten is hier, net als in Seminyak, heerlijk. Allen vinden we hier het buffetsysteem niet terug. Je moet hier netjes van de kaart bestellen. De prijzen liggen ook iets hoger dan aan de kust: voor de hoofdschotel betaal je tussen de 20 000 en de 30 000 roepies (tussen de 1,8 en 2,6 euro). Vergeleken met de kust zijn het hier afzetters, maar daar tegenover staat dat de schotels heel mooi 'gedresseerd' zijn en dat er wordt opgediend door meisjes in heel mooie sarongs.

2 opmerkingen:

  1. Dag dag!
    Probeer vooral het biologische boerderijtje/ eettentje midden in de rijstveden. Leuk voor lunch en diner! Staat ook vermeld in de Lonely planet bij een van d ewandelingen rond Ubud. Echt ene leuke plek, met prima eten!
    Veel plezier, vast genieten van alle mooie mensen, landschappen en natuurlijk het fijne eten!
    groet, Lisette

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Magda en Roger

    wensen jullie verder een goede reis. houden de harmonie wel recht.

    BeantwoordenVerwijderen